woensdag 24 maart 2010 22:35

Het kerkgebouw aan de Lekdijk is waarschijnlijk het derde dat op deze plaats staat. Het eerste, een kapel, dateerde van 1455. In 1495 werd de kapel vergroot en tot parochiekerk verheven. In 1575 is de kerk voor een groot gedeelte afgebrand en pas in 1646 hersteld. Deze kerk was in de eerste helft van de 19e eeuw weer aan vervanging toe. Op 26 mei 1847 werd de eerste steen voor dit gebouw gelegd en op zondag 30 januari 1848 werd het in gebruik genomen. Het was een rechthoekige zaalkerk met ongeveer 450 zitplaatsen. Uit de oude kerk waren alleen de kansel en het doophek hergebruikt, die dateren uit ongeveer 1660, alsmede de drie koperen kronen, die toen overigens een andere vorm hadden dan nu.

Het is zeker dat in de nieuwe kerk nog geen orgel was en we kunnen stellen dat dit er in de oude kerk ook niet was. Enerzijds omdat toen in de dorpskerken van de Alblasserwaard nog helemaal geen orgels gebruikt werden; anderzijds blijkt het duidelijk uit de verslagen van de ingebruikneming van dit orgel. Bovendien was ter plaatse van het orgel tegen de torenwand een grote wijzerplaat (die nog aanwezig is) met wijzers die verbonden waren met het torenuurwerk. Tenslotte is in kasboeken terug te vinden dat in die tijd jaarlijks ƒ 22,50 , ofwel ƒ 0,20 per dienst aan een voorzanger werd betaald.

De opdracht werd gegeven aan de fa. Kam & Van der Meulen uit Rotterdam. Juist in dat jaar 1852 overleed op 28 augustus de firmant Hendrik van der Meulen, zodat we kunnen stellen dat ons orgel het eerste echte Kam-orgel is. Tot 1863 bouwde Willem Hendrik Kam nog een aantal orgels, waarvan dat in de Grote kerk van Dordrecht zijn grootste en ook bekendste werk is. Er is van ons orgel in het kerkelijk archief geen bestek teruggevonden; evenmin in het archief van de familie Smit.

Het orgel werd geheel nieuw gebouwd met een voor die tijd heel modern vormgegeven pijpenfront. We noemen deze stijl Classicistisch. Het valt op dat Kam in zijn vormgeving (ook elders) nauw aansloot bij de vormen van en in het kerkgebouw. Dat is bijvoorbeeld te zien in de ronde boogvormen, die we ook in de ramen terugzien, maar ook het profiel van de kap van het orgel komt opvallend overeen met het klankbord van de kansel.

De ornamenten van houtsnijwerk hebben nog iets meer een relatie naar eerdere stijlvormen. Zeer fraai is overigens ook de rijk bewerkte balustrade aan weerszijden van het orgel. De opzet van het front is vrijwel identiek aan het veel grotere orgel in de Nieuwe Kerk te Zierikzee, dat Kam & Van der Meulen vijf jaar eerder bouwden.

Het orgel had in die tijd een roomwitte kleur. In 1914 is die gewijzigd in een eikenhoutimitatie. Dit had te maken met het feit dat de eikenhouten preekstoel en het doophek tot 1912 ook wit geschilderd waren, om een belasting op blank eiken meubilair – ingevoerd in de Franse tijd – te ontduiken. Toen dit meubilair weer blank gemaakt was, liet men het orgel ook overschilderen ‘in de kleur van het werk in de kerk’.

Het orgel kreeg 17 stemmen (registers), verdeeld over twee klavieren. Er was een zgn. aangehangen pedaal, wat betekent, dat het verbonden was met de toetsen van het onderklavier. De dispositie (verdeling van de registers) was bij de oplevering als volgt:

Hoofdwerk (I): Nevenwerk (II):
Prestant 8' Prestant 8'
Bourdon 16' Viola di Gamba 8'
Roerfluit 8' Holpijp 8'
Octaaf 4' Salicionaal 4'
Fluit 4' Roerfluit 4'
Quint 3' Gemshoorn 2'
Octaaf 2' Eoline 8'
Cornet V st. (diskant)
Mixtuur III-IV st.
Trompet 8'

Pedaal: Aangehangen
(aan klavier I)

Koppelingen: I-II
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C - d'

Deze dispositie en ook het klankbeeld kreeg nog wel wat klassieke elementen, zoals een zgn. tertsmixtuur, maar tegelijk meer moderne, zoals een ‘doorslaand’ tongwerk (Eoline). Ook de opstelling van de ‘werken’ (het pijpwerk dat behoort bij de afzonderlijke klavieren) was nieuw voor die tijd, nl. niet boven elkaar, maar achter elkaar. De windlade met het pijpwerk van het 2e klavier werd als Nevenwerk achterstevoren achter die van het 1e klavier (het Hoofdwerk) opgesteld. Dit maakte dat de orgelkast relatief diep moest worden. De onderste helft van de kast diende alleen voor de windvoorziening en de mechanieken. Het orgel werd aan de zijkant bespeeld.

Op 2e Pinksterdag 16 mei 1853 werd het orgel ingewijd, waarbij ds. Boele van Schagen over Psalm 150:4 een inwijdingsrede hield. Een verslag daarvan vermeldt:
"Een talrijke schare, ook van elders opgekomen, woonde deze plegtigheid bij. Bij die gelegenheid werd dan ook bijzondere hulde en dank toegebracht aan de Weledele Heer Fop Smit van Nieuw-Lekkerland, die door dit aanzienlijk geschenk aan de gemeente aanmerkelijk veel toebracht tot verhoging van het godsdienstig gevoel, wanneer de eenparige lofzangen der gemeente tot verheerlijking van God en den Verlosser aangeheven, met de welluidende toonen des orgels gepaard gaan".
's Middags werd op uitnodiging van de schenker een bespeling gegeven door de heer B. Tours, organist van de Laurenskerk te Rotterdam, waarbij hij volgens een verslag "het orgel in al deszelfs welluidendheid en kracht heeft doen horen, waarbij het ten volle is gebleken, dat de heer Willem Hendrik Kam, orgelmaker te Rotterdam, wien de vervaardiging naar zijn vooraf opgemaakt plan is aanvertrouwd geweest, een man was van grote bekwaamheid in zijn vak en als zodanig met volle ruimte overal en te allen tijde aanbevolen kon worden".

Als eerste organist werd benoemd, de heer H.C. Helleman, onderwijzer aan de school te Elshout, tegen een traktement van ƒ 110,- per jaar, oftewel één gulden per dienst. De organist kreeg een instruktie van 12 artikelen. Eén van die artikelen luidde:
“De organist zal verpligt zijn, zich te onthouden van alle zulke kunstmatige bespelingen van het orgel welke voor de openbare Godsdienstoefening minder passend of doelmatig kunnen beschouwd worden”.
Aardig is, dat naar deze onderwijzer/organist nog een straat is vernoemd in het dorp, evenals naar de schenker, Fop Smit.

Het orgel kon niet gebruikt worden zonder de diensten van een orgeltrapper, die ook officieel werd aangesteld en een traktement kreeg van één gulden per maand. Deze had een eigen ‘kamertje’in het orgel. Vanaf 1922 zorgde een elektrische windmotor voor de windvoorziening. In de oorlogsjaren is de handpompinstallatie, bij gebrek aan elektriciteit, nog gebruikt, maar in 1965 is deze verwijderd.

Het orgel kreeg regelmatig onderhoud, eerst door de bouwer, daarna achtereenvolgens door de firma’s Van den Haspel, Standaart, Valckx & Van Kouteren, Spiering en Blank. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw kreeg het erg te lijden van heteluchtverwarming. Het heeft toen twee keer binnen 15 jaar een grote onderhoudsbeurt en restauratie ondergaan. Pas bij de laatste door fa. Blank in 1965 is voor het eerst iets aan de opzet van het orgel gewijzigd. Het enige 16'- register Bourdon (voor de donkerste bas-tonen) werd op een aparte windlade gezet om als zelfstandig register op het pedaal te kunnen klinken. Hierdoor ontbreekt sindsdien het 16'-register van het Hoofdwerk, wat een gemis is voor een goede klankopbouw met vooral het register Mixtuur, waarvan de samenstelling op deze 16' pijplengte is gebaseerd. Er kwam voor de Bourdon een nieuw register in de plaats: de Quintadeen 8'.

Ook kreeg het orgel toen twee afzonderlijke koppelingen van het Pedaal naar de twee klavieren, zodat de mogelijkheden voor pedaalspel flink uitgebreid werden. Dit is tot heden de situatie.

Ruim 40 jaar na de restauratie door fa. Blank, was een grote onderhoudsbeurt nodig. Ook was er na twee kerkuitbreidingen (1966 en 1994) , waarbij het aantal zitplaatsen 2 ½ maal zo groot is geworden, behoefte aan een uitbreiding met enkele registers op het pedaal, om de draagkracht wat te vergroten. Er is na overleg met de Orgelcommissie van de Protestantse Kerk in Nederland door orgeladviseurs van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een plan opgesteld om het orgel waar nodig te herstellen en de Bourdon 16' weer op het Hoofdwerk terug te plaatsen.
Daarvoor moest de in 1965 toegevoegde Quintadeen 8’ weer het veld ruimen. Ook moesten 30 pijpen voor de Bourdon nieuw gemaakt worden naar voorbeeld van Kam.

In 2008 werd het orgel tot één van de monumentale onderdelen van de inventaris van de kerk verklaard. Dit werd de basis voor het verstrekken van een forse restauratiesubsidie in 2009 door de Rijksdienst. Een voorwaarde was, dat de restauratie volledig los moest staan van de uitbreiding met een vrij pedaal, om te voorkomen dat subsidiegelden van de Rijksdienst daaraan besteed zouden worden.

Deze restauratie is in de periode van september 2009 – oktober 2010 uitgevoerd door de fa. Pels & Van Leeuwen uit ’s Hertogenbosch. Ook de orgelkast werd daarbij volledig opnieuw geschilderd in eikenhoutimitatie en de labia van de frontpijpen zijn van bladgoud voorzien door het plaatselijke schildersbedrijf Korteland. De originele tekst op de frontlijst over de schenking van het orgel door ‘den WelEdelen Heer Fop Smit van Nw-Lekkerland’ is gereconstrueerd en in goudverf aangebracht.

De tweede fase, de uitbreiding van het orgel met een vrij pedaal is gerealiseerd in 2013. Het heeft nu twee pedaalstemmen, nl. een Subbas 16’, naar een voorbeeld van Kam en een Basson 16', geënt op de factuur van een dergelijk register van Knipscheer, omdat van Kam geen voorbeeld (meer) beschikbaar was. Voor de Subbas is de windlade gebruikt, die Blank in 1965 had geplaatst om de baspijpen van de Bourdon als Subbas te laten spreken.

Tot slot volgt hier nog een citaat uit het verslag van de ingebruikneming in 1853, dat verwoordt hoe het orgel destijds mocht bijdragen aan de eredienst, nl. "dat deze plechtigheid in de meest geregelde orde in het zingen met het orgel, op een hoogst voldoende wijze geschiedde en het één en ander tot algemeen genoegen en stichting  is afgelopen." Het is de wens dat het orgel tot in lengte van jaren hiertoe mag blijven bijdragen.

 

Hier vind u meer informatie met betrekking tot de restauratie van het orgel.

Laatst aangepast op maandag 22 juni 2015 19:03
 

Agenda

<<  Januari 2018  >>
 zo  ma  di  wo  do  vr  za 
   1  2  3  4  5  6
  7  8  910111213
1420
2326
28   

We(r)kwoord

Hij is al treft u 't felst verdriet, Uw wachter die uw voet, voor wankelen behoedt, ...Ps 121:2a berijmd

 

Diensten

Zondag: 10.00 - 11.30uur
Zondag: 18.30 - 20.00uur

Locatie

Lekdijk 118
Nieuw-Lekkerland

Postadres

Scriba A.M. Versteeg
Roerdomp 48
2957 NE Nieuw-Lekkerland